De zorg voor onze leerlingen.
De algemene zorg voor de leerlingen.
‘'Weer Samen Naar School ( WSNS )' is een landelijk onderwijsvernieuwingsproject, waarmee beoogd wordt
a. de kwaliteit van het basis- en speciaal basisonderwijs te verbeteren;
b. het aantal leerlingen, dat vanuit het basisonderwijs wordt verwezen naar het speciaal basisonderwijs terug te dringen.
Alle scholen hebben met WSNS te maken. De openbare scholen voor basis- en speciaal basisonderwijs in Zoetermeer werken samen aan de doelstellingen in een samenwerkingsverband. Ook enkele scholen uit gemeenten rondom Zoetermeer nemen daaraan deel. Jaarlijks wordt een zorgplan gemaakt, waarin onder meer de aandachtspunten voor het volgende schooljaar staan vermeld.
In de 'Procedurebeschrijving leerlingenzorg' staan de verschillende onderdelen van de zorgstructuur beschreven. Jaarlijks formuleert de Florence Nightingale zorgbeleid, waarin staat beschreven aan welke onderdelen in het eerstvolgende schooljaar de school extra aandacht zal besteden. Het schoolzorgbeleid sluit aan op het zorgplan van het samenwerkingsverband.
De school beschikt over verschillende brochures, waarin onderdelen van de zorgstructuur uitgebreid staan beschreven.
Medicatie op school.
Er zijn leerlingen, voor wie het noodzakelijk is om op school medicijnen in te nemen of die beperkte medische handelingen moeten ondergaan. Doorgaans bestaat daartegen geen bezwaar, mits er goede afspraken tussen de ouders/verzorgers en de school worden gemaakt.
In de eerste plaats is het belangrijk, dat de school tijdig en volledig wordt geïnformeerd. Dat kan tijdens het intakegesprek of in de loop van de schoolloopbaan van de leerling. Het is in het belang van de leerling, dat het hele schoolteam van de verstrekte informatie op de hoogte is. De leerling heeft immers niet alleen met de eigen leerkracht te maken. Uiteraard wordt daarbij zorgvuldig omgegaan met privé-gegevens. Het overleg loopt dan ook via de directeur en/of de intern begeleider, die er zorg voor dragen, dat het hele schoolteam op de hoogte is.
Medicatie en beperkte medische handelingen vormen een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers, leerling en school. Het is belangrijk dat schriftelijk wordt vastgelegd wat ieders verantwoordelijkheid is. Daarbij zal de school voor wat betreft haar verantwoordelijkheid niet verder gaan dan de school ook daadwerkelijk waar kan maken.
Schoolmaatschappelijk werk en zorgadviesteam.
Binnen onze school besteden we veel aandacht aan leerlingen, die extra zorg nodig hebben. Daarbij hebben we ook de mogelijkheid om – met instemming van de ouders/verzorgers – schoolmaatschappelijk werk in te schakelen bij het zoeken van oplossingen. Dat gebeurt in die situaties, waarin we zelf niet voldoende mogelijkheden hebben om de problemen op te lossen. De inschakeling van schoolmaatschappelijk werk biedt extra mogelijkheden om een zorgleerling te helpen. De schoolmaatschappelijk werkster gaat na of er in samenwerking met de leerling, de school (de interne begeleider, de leerkracht, de directeur) en de ouders/ verzorgers aanvullende mogelijkheden zijn om aan oplossingen te werken.
Het kan zijn, dat de schoolmaatschappelijk werkster het wenselijk acht om het zorgadviesteam (het ZAT) te raadplegen voor het verkrijgen van extra advies of om na te gaan of er een instelling is, die bij de zorgverlening aan de leerling kan worden ingeschakeld, waardoor de kans op het bieden van oplossingen wordt vergroot.
Het zorgadviesteam (het ZAT) is een groep mensen, die deskundig is op het gebied van zorg aan leerlingen. De mensen in het ZAT zijn aangesteld bij verschillende instellingen en werken binnen het ZAT samen aan het zoeken van oplossingen voor problemen van zorgleerlingen. Het ZAT wordt alleen ingeschakeld, wanneer de ouders/verzorgers daar schriftelijk hun toestemming voor hebben gegeven.
De speciale leerlingenzorg vanuit het speciaal basisonderwijs.
Twee openbare scholen voor speciaal basisonderwijs maken onderdeel uit van het WSNS-samenwerkingsverband, waartoe ook onze school behoort. Het zijn Het Zwanenbos (in Meerzicht) en De Vuurtoren (in Dorp). Onze school kan bij de leerlingenzorg een beroep doen op de deskundigheid van deze scholen. Dat kan voor incidentele vragen, maar ook voor onderzoek en begeleiding.
Het leerlingvolgsysteem.
Het is van belang, dat de individuele ontwikkeling van de leerlingen op onze school goed wordt gevolgd. Wij maken daarbij gebruik van het CITO-leerlingvolgsysteem; het systeem, dat op veruit de meeste scholen in Nederland wordt gebruikt.
De CITO-toetsen worden afgenomen volgens een toetskalender, meestal twee keer per jaar. In de kleutergroepen zijn dit de toetsen:
|
Ruimte en Tijd
|
|
Ordenen
|
|
Taal voor Kleuters
|
In groep 3 t/m 8:
| de DMT (drie minuut test lezen) |
| de toets Leeswoordenschat (5 t/m 8) |
| Begrijpend lezen |
| Rekenen en Wiskunde |
| Spelling |
| Werkwoordspelling (groep 7 en 8) |
| Leestempo (4 t/m 8) |
| Leestechniek |
Daarnaast hanteren wij ook nog:
| diverse observatielijsten |
| de AVI-leeskaarten |
| de methodegebonden toetsen |
Aan de hand van de afgenomen toetsen wordt gekeken of een leerling extra zorg nodig heeft en wordt eventueel een handelingsplan opgesteld.
De zorg voor het jonge kind.
Op onze school wordt extra zorg besteed aan de jonge leerlingen. Hoe beter de basis in de eerste jaren van de basisschool, des te beter kan er in volgende jaren op worden voortgebouwd. Maar ook: hoe eerder eventuele ontwikkelingsproblemen worden onderkend, des te beter en sneller kunnen maatregelen worden genomen ter verbetering. Om de extra zorg aan de jonge leerlingen ook mogelijk te maken, worden er extra uren voor de onderbouwgroepen ingezet. Zodoende kunnen we de groepen wat kleiner houden. Tevens werken we op onze school met een “inloopgroep” voor de 4-jarigen. De kleuters die voor het eerst naar school komen, komen in een kleine groep 1 met alleen 4-jarigen. Na verloop van tijd als ze aan de school gewend zijn, kunnen ze dan naar groep 1/2 gaan om weer plaats te maken voor andere 4-jarigen.
De uren die de onderwijsassistent aan onze school is verbonden. Zo kunnen kinderen die dat nodig hebben extra worden begeleid.
De Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).
De PCL van het WSNS-samenwerkingsverband bepaalt welke leerlingen onderwijs mogen volgen op een speciale school voor basisonderwijs. De PCL doet dat aan de hand van het Onderwijskundig Rapport Zorgtraject. De PCL functioneert op basis van een reglement. Dit reglement is op de school in te zien. Op school is ook een informatiefolder over de PCL verkrijgbaar.
De rapportage op onze school.
In de vorige hoofdstukken heeft u kunnen lezen dat we de resultaten en vorderingen van uw kind nauwkeurig bijhouden. Natuurlijk informeren wij u hier graag over. Daarom organiseren we twee keer per jaar de rapportageavonden, beter bekend als de 10 minuten gesprekken. Aan de kinderen van de groepen 3 t/m 8 wordt een rapport uitgereikt dat op deze avond wordt besproken. De kinderen van de groepen 1 en 2 krijgen nog geen rapport. Wel bespreekt de leerkracht de observatielijsten en de Cito toetsen met u.
Behalve over de vorderingen spreken we ook over andere zaken zoals de werkhouding, de relatie met andere kinderen en volwassenen en de sociale aspecten. Het is in het belang van het kind dat er een goede relatie is tussen de ouders en de leerkrachten. Daarom is er naast de rapportageavonden uiteraard altijd de mogelijkheid voor een gesprek met de leerkracht. Ook is het mogelijk dat de school resultaten, toetsen of gedrag met u wil bespreken. Wij nemen dan contact met u op om een afspraak te maken. Mocht uw zoon of dochter extra zorg nodig hebben, dan wordt dit in nauw overleg met u gerealiseerd.
De overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs.
Met ingang van het schooljaar 2004-2005 is in Zoetermeer een nieuwe procedure met betrekking tot de overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs van kracht geworden. Aan het einde van groep 7 krijgen de leerlingen een voorlopig schooladvies. Uiterlijk in januari van groep 8 volgt een definitief advies, dat volledig is gebaseerd op het leerlingvolgsysteem van de basisschool. Aansluitend vindt (door de ouders) de aanmelding plaats bij een school voor voortgezet onderwijs. De school voor voortgezet onderwijs beslist over toelating (eventueel nadat nader overleg is gepleegd met de basisschool, de ouders en/of de leerling). Rond 1 april is deze beslissing bekend. De CITO-eindtoets vervult geen rol bij de overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs.
De resultaten van deze eindtoets gebruiken wij als onderdeel van ons instrument om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken.